Vina Skaramuča is geworteld in een van de meest dramatische wijnlandschappen ter wereld: de Dingač-hellingen aan de zuidzijde van het schiereiland Pelješac. Met een helling van soms meer dan 45 graden, een dubbel zonlicht, direct van boven én gereflecteerd door de zee, en temperaturen die tot zeven graden hoger liggen dan op het continentale deel van het schiereiland, zijn dit de meest extreme én de meest gezegende groeiomstandigheden in de Kroatische wijnbouw.

De familie werkt al vier generaties lang op deze uitdagende hellingen. Na het overlijden van grondlegger Ivo Skaramuča in 2017 namen zijn kinderen Igor en Ivana het roer over. Samen met de bredere familie voerden zij een modernisering door die eigentijdse wijnstijlen combineert met diep respect voor de autochtone rassen. Een goed voorbeeld: Aria, een verfrissende blend van Pošip (handgeoogst op het nabije eiland Korčula, per boot overgevaren) en Rukatac, de allereerste blend in de geschiedenis van het huis.
Een waarschuwing voor de kenner: er circuleert op de markt beduidend meer Dingač-wijn dan de 65 hectare kunnen voortbrengen. Bij Skaramuča hoeft u daar geen vragen bij te stellen.
Skaramuča bezit bijna 40 procent van de 65 hectare van de Dingač, de eerste beschermde wijnregio van Kroatië, erkend in 1961. Op dit terrein staan 15.000 druivenstokken, niet geleid maar vrij groeiend over de rotsbodem in de meest klassieke vorm van wijnbouw. De opbrengst is bewust laag: soms niet meer dan 300 gram per stok en drie ton per hectare. Ter vergelijking: op het continentale gedeelte van Pelješac halen dezelfde stokken 1,5 kilo. Mechanisatie is hier volstrekt onmogelijk. Alles wordt met de hand gedaan, op hellingen die lopend amper begaanbaar zijn.
Vroeger werden ezels ingezet om de oogst over de berg te dragen. Vandaag de dag is dat verboden, maar de coöperatie loste het probleem op met een tunnel dwars door de bergrug, zodat de druiven niet langer helemaal over de top getransporteerd hoeven te worden.